Meesterlijke impressionist

Leo van den Ende schilderde twaalf jaar aan panorama

Ik wil de Bollenstreek behouden voor het nageslacht…

Een half miljoen bezoekers trok ‘Panorama Tulipland’, in de twaalf jaar dat Voorhouter Leo van den Ende aan zijn levenswerk schilderde. Het toont een pittoresk beeld van de Bollenstreek in de jaren vijftig. ‘Ik wil laten zien hoe mooi onze streek is geweest.’ 

Een miljoen bloemen gaf schilder Leo van den Ende (80) een plek op zijn ‘Panorama Tulipland’. Elk bloemetje apart geschilderd: met een hoofdkleur, een schaduwkleur en een lichtkantje. Tussen de bollenvelden situeerde hij gebouwen uit de streek. De Ruïne van Teylingen, met die lastig te schilderen ronding. De Theekoepel en de Oude Toren in Warmond. ’t Huys Dever, de Engelbewaarderskerk, de Agathakerk en diverse andere streekbepalende gebouwen.

Ook wekte hij vertrouwde taferelen tot leven, zoals het ziekzoeken. ‘Daarbij gebruikten ze een paraplu, zodat ze, in de schaduw ervan, het blad beter konden inspecteren. Ook heb ik een veiling te velde geschilderd, waarbij de kopers naast het bollenveld staan om te bieden’, vertelt Van den Ende.

 

Paplepel

Op 6 maart 1939 werd Leo van den Ende geboren als enig kind van de bekende kunstschilder Hendricus Johannes (Henk) van den Ende en Maria Frederika van Nelfen. Schilderen kreeg Leo met de paplepel ingegoten. ‘Mijn vader was ook kunstschilder, ik zat in de kinderstoel naast hem terwijl hij zat te werken’.

Leo leerde de grondbeginselen van zijn vader. Op school kreeg hij voor tekenen een 9,5. Toen hij twintig was verhuisde hij naar Frankrijk en verbleef na enkele maanden Parijs, ook een jaar in Fontainebleau. Daar bestudeerde hij samen met zijn vader de impressionisten van de school van Barbizon en legde regelmatig de schilderachtige omgeving vast.

Terug in Nederland trok hij er samen met zijn vader op uit om voornamelijk in het plassengebied van Nieuwkoop ‘en plein air’ te schilderen. In 1964 trad Leo in het huwelijk en verhuisde samen met zijn vrouw Marli in 1969 naar Voorhout, waar zij nog steeds wonen.

In 1978 leerde hij Alexander (Lex) Coenraad Rosemeier (1888), de laatste exponent van de ‘Leidse School’ kennen. Dat werd een hechte vriendschap. Ondanks het leeftijdsverschil van 51 jaar voelden zij elkaar feilloos aan. Leo kreeg, na enig aandringen, les van Rosemeier en zij trokken, bij mooi weer samen met de echtgenotes, eropuit, om bollenvelden, duinen, bossen en plassen te schilderen. Dit bleven zij doen tot het overlijden van Lex Rosemeier in 1992.

In 1978 exposeerde Leo zijn schilderijen in ‘Museum Rijswijk’ en in 1979 zelfs in het ‘Center fort the Arts’, Boston, Massachussetts U.S.A. Vervolgens exposeerde hij in 1988 in Canada en in 1989 in Kopenhagen. 
Zijn internationale bekendheid nam steeds grotere vormen aan.

Leo had een kantoorbaan bij een Arabische oliemaatschappij, maar wilde altijd al het liefst van schilderen zijn beroep maken. Toen er bij het bedrijf waar hij werkte in 1987 een massa-ontslag werd aangekondigd, was dat het moment om de grote stap te wagen. Op zijn 48e werd Leo beroepsmatig kunstschilder. Dat viel in het begin niet mee, want het eerste jaar verkocht hij weinig. Maar toen in 1991 het ‘Nagasaki Holland Village/Huis ten Bosch’ in Japan in één keer 66 schilderijen aankocht, verdween elke twijfel of hij de juiste stap had gezet.

In 1993 waren zijn schilderijen te bewonderen op de ‘Keukenhof’ in Lisse, 1996 in het ‘Katwijks Museum’, 2001 in het ‘Stadsmuseum Woerden’, 2002 in Kaliningrad, Rusland, 2009 in Pennsylvania, U.S.A. en in 2013 in Monaco.

Hij heeft de streek in zijn hart gesloten...

Op een zondag in november 1996 bezocht Leo in Voorhout een tentoonstelling over de bollencultuur. Dat bezoekje zou zijn leven grondig veranderen.

In de jaren daarvoor had hij, met enige regelmaat, met Herman van Amsterdam, auteur van diverse boeken over de Bollenstreek, gesproken over de teloorgang van de bollencultuur en het verdwijnen van streekbepalende gebouwen.

Herman stond op de tentoonstelling voor een affiche waarop stond: ‘Panorama TulipLand’. Toen Leo hem vroeg wat dat inhield, antwoordde Herman: ‘Ik laat een Panorama van de Bollenstreek schilderen’. Op de vraag wie dat dan zou gaan doen, antwoordde Herman: ‘Jij’. Toen Leo, overdonderd, zweeg, vroeg Herman of hij het nu wel of niet wilde doen. Leo heeft toen bevestigend geantwoord. Zijn geliefde Bollenstreek voor het nageslacht vastleggen, wilde hij heel graag.

Hij moest gelijk terugdenken aan zijn jeugd in Den Haag. Daar ging hij regelmatig met zijn ouders naar het ‘Panorama Mesdag’. Dat gigantische doek bleef levenslang ingeprent. Jaren later dacht hij nog af en toe wat een uitdaging het moest zijn om een Panorama te schilderen...

Nooit had Leo kunnen bedenken dat hij er op zijn 58e zelf een zou gaan schilderen.

Hij maakte zelf, binnen vier maanden, een ontwerp van de Bollenstreek in de jaren vijftig. ‘Dat was best ingewikkeld. Dit Panorama verlangde een andere benadering dan dat van Mesdag: Mesdag stond op een duintop en keek daarbij om zich heen, Leo moest alle bij elkaar gezochte objecten uit de Bollenstreek zelf een logische plek geven en een infrastructuur bedenken, omdat de Bollenstreek te uitgestrekt is’.

Leo maakte kleine schilderijen, die hij op het doek projecteerde. ‘Toen ik de eerste dag kwam binnenwandelen en die grote witte wand zag, dacht ik: Waar ben ik aan begonnen! Het is 63 meter lang en vier meter hoog!’

Zestig kwasten

Vanaf 22 maart 1997 werkte Van den Ende twaalf jaar lang aan ‘Panorama Tulipland’. Eerst alleen, tijdens het bollenseizoen, de laatste anderhalf jaar doorlopend. Het kostte 280 tubes verf, zestig kwasten en een bovenmenselijke inspanning van de schilder. ‘Als ik denk aan de hoeveelheid werk die erin zit, krimpt mijn maag ineen.’

Nuttige adviezen en verzoeken

Bezoekers waren welkom om hem aan het werk te zien. ‘Heel bijzonder. Soms stonden mensen te huilen omdat ze het zo mooi vonden. Er was een mevrouw die vijf, zes keer per seizoen kwam kijken’. Schilderen met publiek moet je wel kunnen hoor. Sta je net over een technisch probleem na te denken, komen ze iets vragen... Maar al die gesprekken waren heel waardevol. Ik heb in deze jaren meer over de mensheid geleerd dan in de tijd ervoor!”

Behalve vragen kreeg hij ook nuttige adviezen van bezoekers. ‘Een vrouw zei dat ze de Sint Bavokerk van Haarlem miste, die heb ik toen ook een plek gegeven. En een schoolklas viel het op dat er geen vogels op stonden. Daarop ben ik vogels en andere dieren gaan toevoegen’.

Op het melkkarretje in de Zilk had ik ‘Van Vliet’ geschilderd, dat kon echt niet, want Meiland was de enige melkboer in de Zilk. Ik heb dat maar gewijzigd’.

Ik schilderde een ziekzoeker lopend tussen de hyacinten, krijg ik binnen een week van twee bollenkwekers commentaar dat dit niet kan. Een ziekzoeker loopt niet dwars door de hyacinten. Dat was vast geen toeval en om meer commentaar te voorkomen heb ik hem maar op het pad geschilderd’.

Een chique dame uit Wassenaar; ‘Meneer van den Ende, u schildert zoveel diverse onderwerpen. Schildert u ook naakt?’” Waarop Leo antwoordde: ‘Nee mevrouw dat is mij veel te koud’...

Met grote regelmaat vroegen enthousiaste bezoekers om onderwerpen toe te voegen op het Panorama. 
Van een zandtreintje, voor de duinenrij tussen Wassenaar en Katwijk, tot een uitwatering bij een wipmolen en tot de op dat moment ontbrekende tuipalen. Dit ging zo jarenlang door.

Televisieploegen uit binnen- en buitenland (tot zelfs uit Australië, Korea en Indonesië) kwamen geregeld filmopnames maken. Zijn internationale bekendheid nam met het jaar toe.

In de periode ‘Panorama Tulipland’ gesloten was, schilderde Leo thuis gestaag door. Naast bloembollenlandschappen ook winterlandschappen en bloemstillevens. Deze schilderijen werden vrijwel allemaal verkocht aan bezoekers, tijdens het openingsseizoen. Zijn besluit om van schilderen zijn beroep te maken heeft hem geen windeieren gelegd.

Vijftien dorpen

Het Panorama toont uit ieder dorp maximaal 4, ten tijde van het ontwerp nog bestaande, objecten. Soms verwisselde hij objecten als dat voor een artistiekere indeling noodzakelijk was.

De eerste helft is een weergave van Wassenaar, Katwijk, Rijnsburg, Voorhout, Noordwijk, Noordwijkerhout, Vogelenzang, Heemstede en De Zilk. Allen gelegen aan de duinzijde. Leo had zeven jaar nodig voor dit gedeelte.

Over de eerste periode van zeven jaar heeft Leo een boek uitgebracht met de titel: ‘Panorama Van den Ende, duinzijde’. Naast een biografie leest men daarin een uitgebreide toelichting op de geschilderde objecten, ondersteund door prachtig fotomateriaal met een uitklapbare afbeelding van het Panorama en afbeeldingen van zijn schilderijen.

In het tweede deel komen de dorpen aan landzijde aan de beurt. Bennebroek, Hillegom, Lisse, Sassenheim, Warmond en Oegstgeest.

Maar liefst 29 linnendoeken (segmenten) aan elkaar, maken het Panorama van 63 meter breed en 4 meter hoog compleet. De kleuren van de ‘Rembrandt’ olieverf worden voor 150 jaar op kleurechtheid gegarandeerd. In tegenstelling tot werken van oude meesters die soms samen aan één doek werkten, wilde Leo dit helemaal alleen doen. Hij wilde een ‘handtekening’ afgeven van zijn eigen karakteristieke schilderwijze.

Cultuurbesef

Van emigranten kreeg hij enthousiaste reacties. ‘Wij zijn geschrokken, veel bollengrond en beeldbepalende gebouwen zijn verdwenen. Het cultuurbesef in deze streek is gering. Maar dit is de Bollenstreek zoals wij die nog kennen’.

Dat was voor hem ook een belangrijke reden voor zijn levenswerk. ‘Ik wil laten zien hoe mooi onze streek is geweest, het behouden voor het nageslacht. Het Panorama is een aanklacht tegen alles wat is verdwenen. Ik hoop dat ik heb bijgedragen aan de bewustwording en aan het behoud van wat er nog resteert’.

Half miljoen bezoekers

Op 22 mei 2008 completeerde Van den Ende het Panorama door het zetten van zijn handtekening. Diezelfde dag werd hij tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau benoemd.

Het Panorama trok een half miljoen mensen. ‘Uiteindelijk wel 80.000 bezoekers per jaar! Soms stond het helemaal vol met bussen. Er kwamen mensen van over de hele wereld. Na verloop van tijd werd ik ook herkend. Zei een buschauffeur in Utrecht: ‘U bent toch meneer Van den Ende, van Panorama Tulipland?’ Zelfs in Nice overkwam mij dat’. Inmiddels hangt zijn werk in negen musea in Nederland, België, Japan en de USA.

Het werd naar 19 landen verkocht en komt voor in tientallen publicaties. Het ontstaan van het Panorama komt zelfs voor in de roman ‘Ziekzoekers’ van Anne-Gine Goemans.

In het atelier in zijn huis in Voorhout wijdt hij zich de laatste 10 jaar aan kleinere werken. Nog steeds bollenvelden, maar ook stadsgezichten en portretten. ‘Net waar mijn hoofd naar staat. Ik trek me er niets van aan of het verkoopbaar is. Ik schilder waar ik zin in heb’.

Doek opgeborgen

Na een zakelijk conflict met de directie van het ‘Panorama Tulipland’ werd het doek helaas opgeborgen. Leo hoopte jarenlang nog altijd op een oplossing. ‘Het is zonde als er niets mee gebeurt. Het kan een toeristische trekpleister worden’.

Galerie ArtBoutique

In 2011 bezocht Leo van den Ende met zijn vrouw Marli een expositie van John Wassenaar bij het Kasteel Keukenhof. Dat was voor Leo de eerste kennismaking met onze galerie. Wij spraken over het Panorama, dat wij in de jaren daarvoor regelmatig hadden bezocht.

Van het een kwam het ander en enkele weken later werden wij exclusief vertegenwoordiger van de schilderijen van Leo van den Ende. Een eer om deze bekende meesterlijke impressionist te mogen vertegenwoordigen.

In de jaren daarna exposeerde Leo regelmatig zijn schilderijen tijdens exposities. Telkens weer kregen wij de vraag wanneer het Panorama weer te zien zou zijn...

De schilderijen van Leo zijn exclusief te koop bij galerie ArtBoutique.

Expositie Visserskapel Noordwijk

Wij besloten om in mei 2013 een hele expositie te wijden aan het werk van Leo van den Ende. Gepland tijdens de week van het bloemencorso, zodat ook de nodige buitenlandse bezoekers konden meegenieten.

Vijf dagen lang werd de historische Visserskapel in de Hoofdstraat in Noordwijk omgetoverd tot een ‘mini Panorama’. In de kapel werden rondom veel grote schilderijen van 80 x 120 cm van bloeiende bollenvelden tentoongesteld. Het deed enigszins denken aan het Panorama in Voorhout. Er werd doorlopend een film gedraaid van de making-off van het Panorama én Leo zat vijf dagen lang te schilderen.

Meer dan 4.000 bezoekers uit heel Nederland bezochten de expositie. Men keek aandachtig naar de film over het Panorama en stond doorlopend rondom Leo te kijken naar zijn schilderkunsten én vroegen natuurlijk wanneer het Panorama weer te zien zou zijn. Het was ontzettend boeiend om te zien hoe Leo een schilderij opbouwt.

In de afgelopen jaren zijn veel schilderijen van Leo verkocht aan liefhebbers in Nederland, maar ook naar het buitenland. Zijn populariteit is onverminderd groot gezien de belangstelling voor zijn schilderijen.

Tien jaar later

Uiteindelijk is het Herman Hollander, voorzitter van museum ‘De Zwarte Tulp’ in Lisse, gelukt de partijen bij elkaar te krijgen om het Panorama permanent in het museum tentoon te stellen. Na enkele jaren vele gesprekken met diverse partijen te hebben gevoerd werd er eind mei 2019 een belangrijke persconferentie gehouden in Museum ‘De Zwarte Tulp’.

Daarin werd aangekondigd dat er een vier keer zo groot museum komt, genaamd ‘Holland Tulip Museum’ in een gebouw, met de uitstraling van een voormalige bollenschuur, aan de Heereweg 331 in Lisse. Wat een mooi cadeau voor Leo in het jaar waarin hij 80 jaar is geworden!

Het Museum ‘De Zwarte Tulp’ krijgt deze nieuwe naam en verhuist in oktober 2020 naar deze locatie. Daar is voldoende ruimte voor een permanente tentoonstelling van het Panorama van Leo van den Ende. Men verwacht, in eerste instantie, 50.000 bezoekers per jaar!

Het museum wil nog veel meer dan nu het verhaal van de bollenteelt vertellen. Touroperators uit Amsterdam zijn altijd op zoek naar leuke dagtrips en zijn erg enthousiast over het toekomstige ‘Holland Tulip Museum’.

Werk aan de winkel

Voordat het Panorama bekeken kan worden zal Leo er nog een paneel van 2 m breed aan toevoegen, waarop een lucht wordt geschilderd. Onder deze lucht komt een replica van een schuilhut, waardoor het publiek het Panorama binnen- en uitgaat.

Het Panorama zal weer helemaal ‘tot leven’ gebracht worden.

Alle doeken moeten professioneel aan elkaar gezet worden en op een steundoek geplakt. Op elke aansluiting zal Leo ervoor zorgen dat het schilderwerk naadloos in elkaar overloopt. Kortom er is nog genoeg werk aan de winkel.

In de afgelopen jaren heeft Leo een nieuwe collectie schilderijen gemaakt. Een aantal schilderijen zijn te koop en een aantal zijn bestemd voor zijn museumcollectie. De schilderijen uit zijn museumcollectie zullen in een wisselexpositie in het ‘Holland Tulip Museum’ tentoongesteld worden.

Wij hopen natuurlijk van harte dat alles volgens plan zal verlopen en de eerste bezoekers in oktober 2020 het Panorama weer kunnen bewonderen. Een geweldig mooi vooruitzicht. Wij kunnen haast niet wachten tot het zover is om weer eens midden in het Panorama te zitten en te genieten. En wij weten zeker dat dit vooruitzicht ook geldt voor vele duizenden bewonderaars van Leo van den Ende.

Voorproefje mini-panorama

De voorstudies welke Leo van den Ende als ontwerp maakte voor de start van het Panorama zijn van 29 juni t/m 27 oktober 2019 te zien in Museum ‘De Zwarte Tulp’. Er worden bij de tentoonstelling ‘Panorama Tulipland 3.0’ verschillende bouwstenen getoond die richting gaan geven aan het nieuwe museum.

 

Door Peter Zuidhoek, galerie ArtBoutique, juli 2019
In deze ArtBlog zijn een aantal passages opgenomen uit het boek van Leo van den Ende en diverse krantenartikelen.

ArtBoutique gebruikt cookies om de website te verbeteren en te analyseren. Als u meer wilt weten over deze cookies, klik dan hier
 Cookies NIET accepteren